Hoe werken wij

Heb je altijd al eens willen weten hoe wij werken? We vertellen het graag.
Het is onmogelijk om dit in een paar zinnen uit te leggen, het wordt dus een lang verhaal. Ben je toch nog geïnteresseerd? Lees dan vooral verder.
Net als de meeste dierenambulances in Nederland zijn wij een zelfstandige stichting. Dit betekent dat wij voor onszelf moeten zorgen en afhankelijk zijn van donaties. Daarnaast hebben we bij 3 gemeenten een contract voor huisdieren zonder eigenaar.
Omdat wij voor onszelf moeten zorgen, hebben we dus ook een beleidsplan. Dit ben je ook verplicht als stichting. Binnen dit beleidsplan hebben we ons te houden aan de wet. We kunnen dus niet zomaar iets doen.
We zijn opgericht op 11 april 1997 en begonnen onze werkzaamheden in de gemeenten Woudenberg, Scherpenzeel, Renswoude en Maarn/Maarsbergen. Deze laatste was in die tijd nog een zelfstandige gemeente. Onze werkzaamheden vinden plaats zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

We hebben een ambulance, een telefoon, een tablet, een koeling en vele materialen in een opslaglocatie. In deze opslag worden geen dieren opgevangen, we bewaren hier alleen materiaal. Alle dieren die wij hulp bieden gaan naar gespecialiseerde opvanglocaties, de eigenaar of (indien overleden huisdieren) naar onze koeling.

Op dit moment werken we met 30 vrijwilligers, waarvan alleen onze penningmeester niet werkzaam is op de ambulance. Iedereen, ook de 5 bestuursleden, werkt vrijwillig en krijgt geen vergoeding.
Tijdens een dienst hebben een chauffeur en een bijrijder dienst. De auto en telefoon horen bij elkaar dus heeft de chauffeur de auto en telefoon thuis staan. Iedereen werkt vanuit huis. Op het moment dat er een melding binnenkomt, moet de chauffeur bepalen of er gaat worden uitgereden. Dit kan overlegd worden met de bijrijder en/of het bestuur als er twijfel is over de melding. We kunnen soms telefonisch advies geven en soms
mogen we niet uitrijden, zoals bij dierenmishandeling of verwaarlozing. Hiervoor moet de dierenpolitie dan worden ingeschakeld.
Het kan dus zo zijn dat er meerdere meldingen tegelijk binnenkomen. We kijken dan welke melding de meeste prioriteit heeft en handelen de meldingen achter elkaar af. Zo kan het dus voorkomen dat we niet altijd direct kunnen komen omdat we nog met een melding bezig zijn. Ook wij willen graag snel ter plaatse zijn, echter hebben we ons te houden aan de verkeersregels zoals deze gelden voor een gewone auto waardoor het soms lijkt of we lang onderweg zijn. De meldingen zijn natuurlijk verspreid over het gehele gebied en de gespecialiseerde opvanglocaties liggen niet allemaal in ons werkgebied, waardoor we lange afstanden moeten overbruggen. We vragen hier begrip voor, we doen ons best om de meldingen zo zorgvuldig mogelijk af te handelen.
Een nieuwe vrijwilliger start altijd als bijrijder om het vak ‘on the job’ te leren. Als blijkt dat de bijrijder voldoende kennis heeft om meldingen aan te kunnen nemen dan kan deze, als dat ook gewenst is, doorstromen als chauffeur. Soms komen we heftige situaties tegen, voor zowel mens als dier. Daarom hanteren we een minimale leeftijd van 18 jaar en staan we altijd voor elkaar klaar om een luisterend oor te bieden.
Wij zijn in de gelukkige omstandigheid dat ons fantastische team altijd klaar staat. Hierdoor hebben we nog nooit stil hoeven staan sinds onze oprichting. Onze collega dierenambulances kampen nogal eens met een tekort aan vrijwilligers waardoor ze niet altijd kunnen uitrijden. In dat geval kunnen wij wel eens inspringen, maar dat doen we alleen in noodgevallen. Hulp in onze eigen regio gaat altijd voor.
Wanneer de chauffeur een melding binnenkrijgt, moet deze dus bepalen of er moet worden uitgereden. Hiervoor hebben we, op de tablet, 71 protocollen beschikbaar die kunnen worden geraadpleegd. Er wordt geen onderscheid gemaakt om wat voor dier het gaat. Van groot tot klein, huis- of natuurdier, het maakt ons niet uit. Een dier is een dier met gevoel en emotie.
Het spreekt voor zich dat ieder soort dier weer anders benaderd moet worden. We overleggen daarbij ook vaak met de gespecialiseerde opvang. Zij hebben de expertise voor bepaalde dieren, terwijl wij van alle dieren een beetje kennis hebben.
Nadat we hulp hebben verleend, wordt de rit elektronisch vastgelegd in een rapport, zodat we onze administratie op orde kunnen houden. Deze gegevens blijven binnen onze organisatie conform de AVG regels.
Een melder mag ons altijd telefonisch benaderen. De melder hoeft niets te betalen. Alleen aan de eigenaar vragen wij een kleine vergoeding.
We werken ook samen met andere hulpverlenende instanties zoals Rijkswaterstaat, politie, brandweer en GGD.
Naast meldingen besteden we ook tijd aan educatie. Zo kunnen kinderen onze hulp inschakelen bij bijvoorbeeld een spreekbeurt. We bezoeken ook jaarmarkten en andere evenementen om over ons werk te kunnen vertellen.
Naast meldingen over dieren in nood rijden we ook voor eigenaren die naar de dierenarts moeten en zelf geen vervoer hebben. Ook brengen we, op verzoek van eigenaren, overleden huisdieren naar een laatste rustplaats.
Dankzij de tomeloze inzet van alle vrijwilligers kunnen we dit werk doen. Soms moet je er een beetje gek voor zijn, want bij nacht en ontij kunnen er meldingen binnenkomen. Maar dierenliefde staat wel bovenaan, daar doe je het voor.